Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een combinatie van cognitieve therapie en gedragstherapie. Cognitieve therapie gaat vooral over hoe gedachten invloed hebben op het gevoel en daarmee ook op het gedrag. Wanneer een jeugdige bijvoorbeeld wordt aangestoten en denkt “ze moeten mij hebben” zal hij eerder boos of bang worden en met agressie reageren, dan wanneer hij in dezelfde situatie zou denken “misschien ging het per ongeluk”. Er wordt uitgezocht welke gedachten de jeugdige heeft op bepaalde momenten en hoe disfunctionele overtuigingen zijn ontstaan. Vervolgens kunnen deze gedachten en overtuigingen bewerkt worden.

Gedragstherapie gaat over de positieve en negatieve gevolgen van ons gedrag. Als je beloond wordt voor bepaald gedrag, zul je sterk geneigd zijn dat gedrag vaker te vertonen. Andersom zal het uitblijven van een beloning, of zelfs straf, ervoor kunnen zorgen dat je het gedrag niet vaker vertoont. Veel probleemgedrag wordt in stand gehouden, doordat het kind / de jeugdige de beloning als sterker ervaart dan de negatieve gevolgen. Vaak gaat het om gedrag dat op korte termijn positieve gevolgen heeft (bijvoorbeeld dat je niet gepest wordt en geen kritiek van een leraar krijgt als je spijbelt), maar op lange termijn negatieve gevolgen (bijvoorbeeld straf).

Bij cognitieve gedragstherapie worden de problemen vanuit beide invalshoeken bekeken en aangepakt. Vaak is EMDR onderdeel van cognitieve gedragstherapie.

Comments are closed.